Henri

Ik worstelde met mezelf, voelde me anders dan anderen. Op school, maar ook thuis. Ik wist niet goed wie ik was en zocht geluk in de verkeerde dingen. Keek porno en ging graag winkelen. Als ik geen geld had, dan stal ik dat. Van mijn ouders, van mijn vrienden.

Toen ik vijftien was, werd ik betrapt. De kennissen van wie ik had gestolen, schakelden de politie in. Mijn gedrag kwam boven tafel, zat een paar dagen vast en ik kreeg een taakstaf van 120 uur. Ik besloot het nooit meer te doen. Ondertussen ontdekte ik de gaykroegen. Ik dronk veel, rookte regelmatig een jointje en had veel seks. Op Grindr (red. een datingapp voor homoseksuele en biseksuele mannen) scoorde ik dates. Op een gegeven moment betaalde een oudere man mij voor de seks. Er knapte iets. Het hek was van de dam. Ik had geen geweten meer en op het moment zelf voelde alles goed, kreeg ik een kick, terwijl mijn leven verschrikkelijk leeg was.

Pas op mijn achttiende durfde ik uit de kast te komen. Mijn ouders reageerden relaxt. De mensen om mij heen vonden het prima. Maar vreemden vonden het soms lastig. Na het stappen ben ik een keer in elkaar geslagen door een wildvreemde. We kwamen de kroeg uit en hij sloeg me uit het niets. Mijn kaak was gebroken en drie tanden waren afgebroken. Natuurlijk was ik boos, maar ik vond het ook zielig voor hem. Vanwege de hoge rekeningen, heb ik aangifte gedaan, maar van mij hoefde hij geen straf te krijgen. Ik wilde hem laten zien dat ik een normaal persoon ben. Dat ik er niks aan kan doen dat ik op mannen val en dat ik heus niet op iedere willekeurige man verliefd word.

Mijn ouders hebben me gelovig opgevoed, maar ik deed niks meer met het geloof. Als ik mee moest van mijn ouders ging ik, maar het deed me niks. En toen werd 3,5 jaar geleden een vriend van mij doodgereden door een dronken automobilist. Ik werd geadviseerd het boek “De jongen die in de hemel was” te lezen. Tijdens het lezen werd ik wakker geschud. Ik voelde dat er een God was die er ook voor mij was. Vroeger dacht ik altijd dat ik naar de hel zou gaan. Dat Hij teleurgesteld in me was. Tijdens het lezen ervoer ik dat God een hand naar me uitstak en die heb ik gegrepen, ik had het idee dat Hij naar me luisterde, dat ik alles kon zeggen. Daarna is het gaan groeien. Ik wilde meer weten, ging weer naar de kerk en heb twee jaar geleden een deeltijd bijbelschool bij Jeugd met een Opdracht gedaan. Ik deed belijdenis en ben afgelopen augustus gedoopt in de Waal.

Mijn leven is veranderd. Ik ga niet meer naar de gayclubs en -kroegen. Aan de mensen om mij heen heb ik mijn excuses aangeboden. Mijn ouders hebben het moeilijk met me gehad, maar ze zijn me altijd blijven steunen. Ik wil mijn tijd aan God besteden en mensen over Jezus vertellen. Ik doe jeugdwerk in de kerk en doe vluchtelingenwerk. Ik heb rust en vrijheid gekregen en hoop anderen te kunnen inspireren met mijn verhaal, maar ook laten zien dat er altijd een weg terug is. Ook al houd je niet meer van jezelf of denk je dat je het verpest hebt, Hij houd van je. Het leven met Hem geeft pas echte vreugde.